De Valkuil van Verjaring: Hoge Raad corrigeert Gerechtshof
Op 23 januari 2026 heeft de Hoge Raad een technisch maar uiterst belangrijk arrest gewezen in de zaak Ennatuurlijk vs. Stichting Reeshofverzet. De uitspraak raakt de kern van het verbintenissenrecht: de mogelijkheid om oude, verjaarde vorderingen te verrekenen met nieuwe schulden.
Veel ondernemers en consumenten leven in de veronderstelling dat een oude vordering altijd nog als 'wisselgeld' kan worden ingezet tegenover dezelfde partij. De Hoge Raad trekt hier nu een harde grens. Wie te lang wacht met het stuiten van de verjaring, kan zijn recht op verrekening definitief verliezen.
De Casus: Oude Claim vs. Nieuwe Factuur
In deze zaak (ECLI:NL:HR:2026:93) ging het om afnemers van stadsverwarming in Tilburg. Zij meenden nog geld tegoed te hebben van hun leverancier (Ennatuurlijk) uit het verleden. Deze vorderingen waren echter in veel gevallen al verjaard: de termijn van vijf jaar was verstreken zonder dat er een stuitingsbrief was gestuurd.
Het Gerechtshof in Den Bosch oordeelde in 2024 dat dit geen probleem was. Omdat het hier gaat om een duurovereenkomst (u neemt elke maand opnieuw warmte af), zouden de afnemers hun oude, verjaarde vordering simpelweg kunnen wegstrepen (verrekenen) tegen de nieuwe maandelijkse energierekeningen. Het Hof baseerde zich op artikel 6:131 BW.
De Correctie van de Hoge Raad
De Hoge Raad heeft dit arrest vernietigd. De hoogste rechter stelt vast dat het Hof artikel 6:131 BW te ruim heeft uitgelegd. De juridische nuance is als volgt:
1. Geen herleving van rechten
Artikel 6:131 BW bepaalt weliswaar dat de bevoegdheid tot verrekening niet eindigt door verjaring, maar dit geldt alleen als de bevoegdheid tot verrekening al bestond voordat de verjaring intrad.
2. Het "Snapshot"-moment
U moet zich voorstellen dat er een foto wordt gemaakt op het moment dat uw vordering verjaart.
- Bestond er op dat moment al een tegenschuld waarmee u kon verrekenen? Dan blijft die bevoegdheid bestaan, ook na verjaring (art. 6:131 BW).
- Ontstaat de tegenschuld (zoals een nieuwe factuur) pas nadat uw vordering is verjaard? Dan heeft u pech. Artikel 6:131 BW schept geen nieuwe bevoegdheid tot verrekening met schulden die in de toekomst ontstaan.
Waarom is dit relevant voor u?
Deze uitspraak is een waarschuwing voor iedere contractpartij. Het idee "ik betaal die factuur niet, want ik krijg nog geld van ze uit 2018" gaat niet op als uw vordering uit 2018 inmiddels verjaard is en de factuur van vandaag is.
Voor verrekening geldt onverkort de eis van artikel 6:127 lid 2 BW: u moet bevoegd zijn om betaling af te dwingen. Zodra verjaring intreedt, verliest u die afdwingbaarheid. U kunt die alleen 'redden' als de situatie voor verrekening al bestond voor de verjaring.
Conclusie: Stuiten is cruciaal
De les uit dit arrest is helder: vertrouw niet op verrekening in de toekomst. Als u een vordering heeft op een handelspartner, verzekeraar of leverancier, moet u de verjaring actief stuiten (schriftelijk mededelen dat u aanspraak blijft maken). Doet u dit niet, dan kan de Hoge Raad u nu tegenwerpen dat uw recht op verrekening met toekomstige facturen is verdampt.
Twijfelt u over verjaring of stuiting?
Een verjaarde vordering kan u duizenden euro's kosten. Laat uw dossier tijdig beoordelen door een specialist.
Vraag juridisch adviesGratis Terugbelverzoek
Laat uw gegevens achter, wij bellen u terug.
Uw gegevens worden uitsluitend gebruikt om u terug te bellen.